Local Goal Getters Rick Alberigs & Eric Meyer, Oprichters van Take Twee

Local Goal Getters Rick Alberigs & Eric Meyer

Local Goal Getters Rick Alberigs & Eric Meyer, oprichters van Take Twee, individuele anekdote vertellen collectief een verhaal

Voor de Local Goal Getter van deze week hadden we een hartverwarmend gesprek met Rick Alberigs & Eric Meyer, de oprichters van Take Twee. Take Twee symboliseert een samenwerking tussen twee generaties uit affiniteit met elkaars artistieke inhoud. Ondanks een verschillend scala aan ervaringen, van technische capaciteiten tot uiteenlopende achtergronden, hebben zij een wederzijds begrip. Bovendien nemen ze geen genoegen met één enkele take, maar streven diepgang en gelaagdheid van een karakter te portretteren. Take Twee geeft vooral anderen de kans om hun levensloop op een laagdrempelige manier te delen en door hokjesdenken te vermijden. Een combinatie van visuele en audio-elementen zorgt ervoor dat gezichten en emoties geassocieerd worden met een thema.

Take Twee

Take Twee is in april 2016 als stichting opgericht door Eric Meyer en Rick Alberigs. Zij liepen elkaar via een tussenpersoon tegen het lijf. Het werd direct duidelijk dat ze een inhoudelijke klik hadden. Toch is de opzet van Take Twee een lang en geleidelijk traject geweest. Na eerst te hebben samengewerkt in een pilotproject, werd duidelijk dat deze werkrelatie continuïteit verdiende.

“Individuele anekdote van mensen vertellen collectief een verhaal”

Bovendien proberen ze mensen uit een bubbel te halen door per onderwerp verschillende perspectieven te laten zien. Zeker in een multiculturele stad als Maastricht waar velen de overbuurvrouw nauwelijks kennen. 

Volgens Eric is je bubbel op de basisschool nog vrij groot, maar dunt hij uit op elk niveau dat je naar volwassenheid doorgroeit. Vanaf het moment dat je in het tertiair onderwijs komt, ga je vooral om met de mensen van die opleiding, faculteit of sector, een soort segmentatie. Take Twee wil mensen losmaken van vooroordelen door een nieuwsgierigheid naar anderen te wekken op basis van hun natuurlijke staat. De visie van Take Twee is achteraf waargenomen, een mooie kroon op hun werk.

Portret in videovorm

De huidige stijl van de portretten heeft zich geleidelijk visueel ontwikkeld. Aanvankelijk werden de portretten los van de audioverhalen gemaakt. Het idee was om iemands cultuur en achtergrond op het doek te laten schitteren door iemands essentie vast te leggen in een vertrouwelijke sfeer, zoals bij hen thuis, alleen werkte deze compositie niet. Uiteindelijk merkten Rick en Eric dat ze een afgezonderde werkplek nodig hadden en toverden een ruimte op het industrieterrein om tot studio. 

Via een tussenpersoon leerden zij ook de eerste poseur, Kamanzi van Ugandese nationaliteit, kennen. Na uitvoerig te hebben onderzocht hoe ze zijn levenservaringen het beste konden portretteren, kwamen ze tot een abstracte en minimalistische stijl, door gebruik te maken van manshoge portretten met een zwarte achtergrond. Er ontstaat een unieke offline één-op-één ervaring omdat er niets anders te zien is dan de persoon op het doek.

“De portretten zijn heel intiem, ze dragen een stukje van iemands ziel in zich, een verhaal dat we zo oprecht mogelijk proberen te vertalen in de exhibities”

Door meet & greets ontstaan er levendige gesprekken tussen het publiek en de geportretteerde. Je kunt de reactie van bezoekers moeilijk voorspellen, je weet nooit precies op welke manier zij zich aangesproken voelen. Eric en Rick hebben gemerkt dat mensen vaak verwantschap zoeken met de geportretteerde. Ook de persoon achter het doek ondergaat zelf een emotionele reis; niet alleen komen de portretten dicht bij de aanwezigen, ze zijn zelf vaak diep ontroerd enkel omdat ze eindelijk eens gezien worden.

 

Transitiefase

In de exposities zijn actuele en vanzelfsprekende thema’s van deze tijd aan bod gekomen met betrekking tot Natuur, Religie, Migratie en Crisis, bijvoorbeeld de pandemie. In dit verband is het belangrijk op te merken dat Take Twee geen statement probeert te maken, maar een afspiegeling is van een persoon die zijn verhaal deelt. De tentoonstelling over migratie is ontstaan uit belangstelling, vaak wordt er veel gezegd over de reden van iemands vertrek uit zijn geboorteland, en toch weten we zelden de werkelijke motieven.

” Niet politieke gericht, volstrekt humanistisch in de hoop dat mensen naar elkaar omkijken”

Wat gebeurt er met je als de stabiliteit in je leven wegvalt. Als alles comfortabel is leer je relatief weinig, het is wanneer je uit je comfortzone wordt gehaald dat je het meest ontdekt over jezelf en de wereld om je heen. Mensen die te maken hebben met crisis, religie en migratie maken veel kantelmomenten mee. Het thema Crisis was begonnen in een pandemie, wat later evolueerde tot een project dat de implicaties toont waarmee men geconfronteerd wordt wanneer de balans zoek is. Take Twee werkt momenteel aan een herpakte serie die mensen met een band met de natuur portretteert, waaronder een hovenier, een imker en een 85-jarige jager.

De gezichten achter het doek

Take Twee heeft geen specifieke doelgroep, maar de organisatie heeft wel het geluk dat Identities te vinden is op een benaderbare locatie, Centre Ceramique. Een droomlocatie die als het ware fungeert als de huiskamer van de stad. Via mond-tot-mondreclame zijn ze met de meeste individuen in contact gekomen.

“Wij baseren ons werk niet op mensen met extreme verhalen, de wereld is niet zwart-wit, integendeel, we bevinden ons in een grijze massa, waarin je juist de schoonheid in kan terugvinden”

Het staat haaks op het concept van Take Twee om één narratief leidend te maken, aangezien de tentoonstellingen vanuit meerdere perspectieven zijn opgebouwd. Als je de focus op één persoon legt, leid je volgens Rick het gesprek ten onrechte naar slechts één verhaallijn. De expositie verspreidt daarom geen posters met afbeeldingen voor de tentoonstellingen. Zoals Eric zegt, één gezicht is niet geschikt om een heel project te vertegenwoordigen.

 

Benieuwd naar hun inzet? 

Prikkelt het verhaal van Take Twee je om Identities live te zien? Deze tentoonstelling is gratis te bezoeken in Centre Ceramique tot 10 oktober 2021. Of zie ze live tijdens een meet & greet op 11 September, wanneer drie nieuwe portretten van de Natuur serie geëxposeerd worden.

Neem een kijkje naar de website van Take Twee: Website

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter Borut Vovsek event manager Foodbank Maastricht

Local Goal Getter Borut Vovsek

Local Goal Getter Borut Vovsek event manager Foodbank Maastricht en coördinator van Foodbank space @ Landbouwbelang, voedsel voor de geest

Voor de Local Goal Getter van deze week hadden we een intrigerend gesprek met Borut Vovsek, de event manager van de Foodbank Maastricht en coördinator van de huisruimte van het initiatief in Landbouwbelang. Foodbank Maastricht is een non-profit organisatie die het publiek bewust maakt van het wereldwijde en lokale probleem van voedselverspilling. Ze doen dit op verschillende manieren, in de eerste plaats door mensen te onderwijzen over preventiemethoden om voedselverspilling in huishoudens te verminderen. Ze geven voorlichting over duurzame praktijken in de keuken, en ze doen dat door voedsel van de markt te gebruiken dat anders zou worden weggegooid. Op die manier wordt potentiële voedselverspilling omgezet in verspakketten op vrijdag of een smakelijke maaltijd tijdens hun duurzaamheidsdiners op woensdag. Dit alles gebeurt in hun Foodbank ruimte-ruimte bij Landbouwbelang.

Uit het niets ontstaan

Het idee voor het huidige initiatief van de Foodbank Maastricht is meer dan tien jaar geleden ontstaan bij een paar huisgenoten van het voormalige Mandril-kraakpand aan de Boschstraat. Het verhaal gaat dat ze op een vrijdagmiddag merkten dat een van de voedselverkopers aan het eind van de wekelijkse markt op het punt stond onverkocht voedsel in een prullenbak te gooien, en ze vroegen of ze het in plaats daarvan mee naar huis mochten nemen. Daarna werd het ophalen van voedsel een vaste wekelijkse praktijk en de hoeveelheid voedsel die ze verzamelden groeide snel uit boven hun persoonlijke behoeften. Daarom besloten ze om het te gaan delen met hun vriendenkring en richtten ze een Foodbank Maastricht groep op Facebook op. Borut sloot zich bij dit initiatief aan en hielp mee, samen met vele andere vrijwilligers. Op een gegeven moment werd het Mandril-kraakpand ontruimd en verhuisden de oorspronkelijke organisatoren, maar verschillende deelnemers uit deze kring bleven achter en bundelden hun krachten om een nieuwe plek voor de Foodbank te vinden en de activiteit voort te zetten.

Het Landhuis op de culturele freezone Landbouwbelang (LBB), een gemeenteterrein in het centrum van Maastricht, werd kort daarna de nieuwe locatie voor de Foodbank. In het Landhuis was ook een kleine keukenruimte, waardoor de Foodbankers konden gaan nadenken over mogelijke kookactiviteiten en het organiseren van vrijdagdiners voor en met het bredere publiek. Het idee sloeg aan, vooral bij de studenten en andere vaste bezoekers van de LBB, en al snel groeide het aantal deelnemers boven de beperkingen van het kleine huis uit. Een volgende verhuizing was dan ook aan de orde, ditmaal naar de Eetcafé-plek op de tweede verdieping van het LBB-gebouw.  Helaas besloot de gemeente eind 2015 dat vanwege de veiligheidszorgen alle grote activiteiten daar gestopt moesten worden, wat betekende dat de Foodbank Maastricht voor weer een nieuwe uitdaging stond. Geconfronteerd met een dreiging ‘dakloos’ te worden en zonder ruimte voor haar populaire activiteiten, werd besloten een nieuwe plek te creëren op de begane grond van het gebouw, die nu bekend staat als Foodbank space.  In de toekomst zal de huidige plek waarschijnlijk weer een tijdelijke ruimte zijn, aangezien het de bedoeling is dat het LBB-landgoed binnenkort wordt verkocht en een nieuwe bestemming krijgt voor commerciële activiteiten. En dergelijke ontwikkelingen kunnen zeker veel energie vergen – inspanning die vrijwilligers met beperkte middelen (ook in tijd) veel beter zouden kunnen besteden, als ze een stabiele omgeving zouden hebben en zich op hun primaire doel zouden kunnen richten.

“We hebben een vrij groot deel van de evenementenruimte van de LBB gedeeltelijk moeten verbouwen, omdat er niets stond toen we begonnen, zelfs niet de binnenmuren van onze huidige ruimte”

Toen de gemeente in 2017-2018 de druk opvoerde om Landbouwbelang te laten verhuizen, stonden de Foodbankers voor de vraag of ze wilden vechten voor de LBB en hun plek in hartje Maastricht, een zoveelste nieuw onderkomen wilden zoeken, of gewoon wilden stoppen met alle activiteiten. Hoewel het een riskante stap was, investeerden ze al hun spaargeld en verbouwden ze de ruimte in de zomer van 2018 met zo’n tien vrijwilligers enkele weken lang dagelijks tien uur om de ruimte zo functioneel en inspirerend mogelijk te maken.

Voedselbronnen

De focus van de Foodbank is altijd geweest om de lokale voedselverspilling te verminderen en zo bij te dragen aan een duurzamere planeet. Uiteindelijk begon ook de oorspronkelijke voedselleverancier van de markt de grote hoeveelheid voedsel op te merken die zij elke week onnodig “weggooiden” en verminderde vervolgens het aandeel voedsel dat zij op de markt verkochten. De betrokkenheid van de Foodbank leidde in wezen tot minder voedselverspilling, maar dit betekende ook dat de Foodbank Maastricht op zoek moest naar nieuwe bronnen van potentiële voedselverspilling. Daarom besloten zij alle andere verkopers op de markt te benaderen. Door elke week op de markt aanwezig te zijn, maand na maand, jaar na jaar, begon de vertrouwensrelatie met de verkopers te groeien, en de hoeveelheid voedsel in hun winkelkarretjes nam enorm toe, van 2 tot 3 karretjes oorspronkelijk tot 20 tot 25 nu, en ze verwachten niet dat deze groei zal ophouden.

“Deze marktkraamverkopers verwachten tegenwoordig dat wij wekelijks komen. Ze weten misschien niet wie van ons hen zal benaderen en herkennen misschien niet eens het gezicht van de persoon, maar ze weten dat Foodbank Maastricht met haar winkelwagens er zal zijn en ze houden rekening met ons.”

Food giveaways

De pandemie verstoorde de dagelijkse activiteiten van de Foodbank. Zo werden er wekelijks bordspellenavonden georganiseerd samen met Board Game Club Maastricht, poëzieavonden, comedy stand-ups en diverse kookevenementen. Toen COVID-19 een lockdown veroorzaakte, werd Foodbank Maastricht onder druk gezet om een alternatieve manier te vinden om het bewustzijn te vergroten en de voortdurende toestroom van voedselverspilling te verminderen. Daarom begonnen ze met het organiseren van voedsel weggeefacties in de vorm van een vrijmarkt, een veilige en beheersbare manier om voedsel dat anders zou worden weggegooid, opnieuw te gebruiken.

“COVID-19 heeft ons allemaal bang gemaakt, maar heeft ons niet tegengehouden! Het volgen van de voorschriften hielp mensen het gevoel te geven dat het veilig was om naar deze plaatsen te blijven komen”

Het is belangrijk om op te merken dat met het aanhouden van de pandemie ook de middelen en spaartegoeden van mensen begonnen op te raken, waardoor Foodbank Maastricht voor velen het laatste redmiddel was om aan hun wekelijkse verse voedsel te komen.

Na het opheffen van bepaalde Covid-19 beperkingen door de overheid hebben ze een nieuw kleinschalig kookevenement opgezet op de woensdag, omdat de vrijdag tegenwoordig vanwege de grote drukte met voedselverstrekking gereserveerd is voor hun voedsel weggeefevenement.

“Zelfs toen we weer konden beginnen met kookbijeenkomsten, zijn we doorgegaan met voedsel weggeefacties, omdat de hoeveelheid voedsel die we ontvingen niet allemaal in deze diners kon worden opgebruikt. We zijn nog steeds een volledig door vrijwilligers gerund initiatief en met beperkte middelen, maar we willen ook zo efficiënt mogelijk zijn als het gaat om onze missie en focus.”

Door de beperkingen van Covid-19 zijn hun workshops momenteel gericht op een kleiner publiek dan in het verleden, maar het leren van praktische manieren om voedselverspilling tegen te gaan blijft een van hun belangrijkste zorgen. De duurzaamheidsdiners, gebaseerd op het principe van leren door te doen, helpen workshopdeelnemers de weg te zien hoe ze hun persoonlijke voedselverspilling effectief kunnen verminderen.

 

Bruine bananen

Borut wil met de Foodbank Maastricht vooral voorkomen dat mensen een idealistisch beeld van voedsel krijgen. Het is bedoeld als voedingsbron, niet als kunstobject.

“Soms zijn vruchten nog lekkerder als ze er niet uitzien alsof ze in een commerciële catalogus zouden passen, omdat ze rijp zijn”

Fruit en groente hoeven niet te glimmen en perfect van vorm te zijn om eetbaar te zijn, en mensen die naar de Foodbank Maastricht gaan begrijpen dit essentiële punt. Als iets een donkere plek of een bruin blad heeft, kun je dat deel verwijderen en toch de rest van het voedsel eten.

Mensen bewust maken en voorlichten over het juiste beheer van hun eigen voedsel is de kern van de Foodbank Maastricht.  Zoals Borut zegt, om je gedrag te veranderen moet je je eerst bewust worden van de problemen die gepaard gaan met voedselverspilling. Iedereen heeft wel iets met voedsel – je hebt het nodig om te overleven -, maar toch denken we er zo weinig over na, laat staan over de kosten van de productie van voedsel. We gebruiken tegenwoordig een enorme hoeveelheid energie en grondstoffen om voedsel te produceren voor de bevolking van onze kleine planeet, en dit zal in de komende 30 jaar nog verder toenemen wanneer we vermoedelijk de grens van negen miljard inwoners zullen bereiken. Dit alles wordt nog verergerd door het feit dat mensen tegenwoordig gevarieerder voedsel eten, wat betekent dat we per persoon meer voedsel produceren dan vroeger, maar we eten nog steeds ongeveer dezelfde hoeveelheden. Bijgevolg wordt er meer voedsel weggegooid, en dat zal ook in de toekomst het geval zijn – als we de mensen niet goed voorlichten over voedselbeheer.

Een plantaardig dieet

Hoewel de Foodbank Maastricht alleen veganistische maaltijden kookt, is iedereen welkom op hun evenementen. De reden dat de Foodbank Maastricht veganisme een warm hart toedraagt, is tweeledig. Ten eerste delen de Foodbankers de gedachte dat dit type dieet beter is voor het milieu, omdat er minder grondstoffen voor nodig zijn en er langer mee gedaan kan worden. Ten tweede zijn veganistische ingrediënten beter vanuit het oogpunt van voedselveiligheid, aangezien het soms moeilijk te zeggen is of bepaalde vleessoorten of melk nog eetbaar zijn.

“Veiligheid is voor ons een prioriteit bij alles wat we doen en voedsel is veel gemakkelijker te beheren via een veganistisch dieet”

Terwijl de houdbaarheidsdatum van dierlijke zuivelproducten, bijvoorbeeld melk, meestal om de hoek ligt, verlopen die van bijvoorbeeld cashewnoten of eikels veel later en zijn ze vaak ook na de houdbaarheidsdatum nog goed.

Een groen alternatief

SDG 2, geen honger, en SDG 12, verantwoorde consumptie en productie, sluiten nauw aan bij de missie en het werk van Foodbank Maastricht.

De Foodbank is een voorbeeld van hoe we nooit te oud zijn om te leren en om nieuw, duurzamer gedrag aan te passen. Vroeger, toen zelfs het initiatief het voedsel niet meer kon gebruiken, moesten ze het misschien weggooien. Maar twee jaar geleden, net voor de pandemie toesloeg, hebben ze besloten de weg van zero waste te volgen. Ze hebben hun oorspronkelijke processtructuur veranderd en zijn gaan samenwerken met lokale boeren, om hen te voorzien van hun restjes voor diervoeder. Op deze manier hergebruikt de Foodbank tegenwoordig bijna al het voedsel(afval) dat ze niet kunnen gebruiken voor hun kookactiviteiten of weggeven aan de deelnemers van hun evenementen.

“We moeten de planeet duurzamer maken, anders is er straks geen planeet meer voor toekomstige generaties”

Belangrijk onderdeel van de visie van Foodbank heeft betrekking op de Franse oplossing voor het terugdringen van voedselverspilling. Frankrijk koos in 2015 voor een wet die voedselverspilling duidelijk tegengaat. Hun supermarkten mogen tegenwoordig geen onverkochte voedselproducten meer weggooien en zijn in plaats daarvan verplicht om het te doneren aan goede doelen. Een wet als deze zou kunnen helpen om voedselverspilling ook in Nederland terug te dringen, en tegelijkertijd de bijdragen aan goede doelen te laten toenemen en meer steun te geven aan mensen in nood.

International hub

Foodbank is meer dan alleen een gemeenschapsinitiatief gericht op voedselverspilling, ze zijn een internationaal knooppunt, en bieden hun ruimte aan andere initiatieven met vergelijkbare waarden. In de woorden van Borut gaat het om co-creatie en iets nieuws in de wereld krijgen, om een centrum te zijn waar ideeën elkaar kunnen ontmoeten – een huis dat gelijkheid voor iedereen belangrijk vindt, en een stem voor iedereen.

Toen de Foodbank ruimte in 2016 uit de grond werd opgetrokken, was ze in eerste instantie niet bedoeld voor activiteiten buiten het koken en serveren van voedsel, maar ze veranderde in een ruimte waar ook andere non-profit evenementen en initiatieven worden georganiseerd. Deze activiteiten zijn van breed scala en omvatten bordspelevenementen, muziek jam sessies, filmavonden, poëzie-avonden, lezingen, zelfs taaluitwisselingen. Zij delen hun ruimte graag met andere initiatieven, die in lijn zijn met hun waarden en die kunnen worden beschouwd als verantwoordelijke gebruikers van de ruimte. Als iemand geïnteresseerd is in samenwerking met de Foodbank Maastricht, neem dan gerust contact op met Borut.

 

Benieuwd naar hun inzet?

Neem een kijkje naar de website van Foodbank Maastricht op Facebook en op de Website van Landbouwbelang: Website & Facebook

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Charlotte Lenhard, vertegenwoordiger van de Universiteitsraad van KAN Party: "Onderwijs is een van de kleine tandwielen voor een eerlijke en soepele transitie"

Charlotte Lenhard, vertegenwoordiger van de Universiteitsraad van KAN Party: "Onderwijs is een van de kleine tandwielen voor een eerlijke en soepele transitie"

Voor de Local Goal Getter van deze week hadden we een bemoedigend gesprek met Charlotte Lenhard, een tweedejaars studente European Studies, overgaand naar het 3e jaar, aan FASOS, en een actieve KAN-fractievertegenwoordiger in de Universiteitsraad met een visie voor de Universiteit Maastricht.

Klimaat Actie Netwerk

Precious Plastics, KAN Party, Fossil Free, Love Foundation, Foodcoop, Litter of Light en Maastricht voor Climate vormen samen het overkoepelende netwerk, bekend onder de naam KAN Maastricht. De organisaties werken ieder op hun eigen manier aan klimaatactie, het delen van gedachten via KAN is een intersectionele manier om met deze maatschappelijke kwestie om te gaan. Door een vorm te kiezen die vakbonden, NGO’s en basisorganisaties omvat, mobiliseert KAN Maastricht een grotere groep mensen en wordt er niemand achtergelaten wanneer de structuren worden opgebouwd. Samenwerking tussen deze verschillende organisaties is essentieel als je een eerlijke en sociale overgang naar een duurzame samenleving wilt. 

Voordat Charlotte bij KAN Maastricht kwam, was ze betrokken bij de Friday’s for future protesten, omdat ze achter het idee stond om gerechtigheid te brengen in het klimaat en de ongelijkheidsproblemen die daarmee gepaard gaan, een gedeelde gedachtegang die ze gemakkelijk onder KAN leden terug kon vinden. Uiteindelijk kwam ze via een vriend in contact met KAN, en bleef ze in het Maastricht for Climate UM Team, omdat ze genoot van de oprechte motivatie die mensen hadden om bij te dragen aan een duurzame wereld.

“Een van de aantrekkelijke factoren van KAN Maastricht, is dat mensen betrokken kunnen zijn bij een veelvoud aan organisaties, wat het makkelijker maakt om de nodige verbindingen te leggen om efficiënt aan klimaatrechtvaardigheid te werken.”

Tijdens haar lidmaatschap van het UM Team werd duidelijk dat het soms nogal moeilijk was om formele relaties aan te gaan met de Universiteit Maastricht, wat zich ontwikkelde tot een interesse in de capaciteit die universiteiten hebben om een duurzame transitie te maken. Na te hebben geleerd over KAN Party, het orgaan binnen KAN Maastricht dat de doelstellingen van de organisatie naar de universiteit brengt, wilde ze graag betrokken raken bij het vertalen van abstracte ideeën achter duurzaamheid naar concrete afspraken via beleid. Vorig jaar stelde ze zich kandidaat voor de Faculteitsraad, waarvan de uitslag voor KAN Party onverwacht succesvol was, ze kregen zelfs meer zetels dan er Faculteitsraadsleden waren om deze zetels te vullen.

KAN Party vertegenwoordiger

Charlotte Lenhard wilde de rol als Universiteitsraadslid op zich nemen omdat er potentieel is voor verandering, terwijl ze zich bewust is van de urgentie erachter. Na gekozen te zijn voor een zetel in de Universiteitsraad voor de KAN Party, richt ze zich nu alleen nog op deze organisatie van het overkoepelende netwerk en niet meer op Maastricht for Climate. Ze wil dat de overlap van SDG 13, klimaatactie, en SDG 4, kwaliteitsonderwijs, transparant wordt in de curricula van Universiteit Maastricht door een curriculum te bouwen dat ons leert om weloverwogen beslissingen te nemen op basis van onze huidige samenleving. Het zou goed zijn om te zien dat iedereen deelneemt aan duurzame actie als een genormaliseerd onderdeel van iemands dag, in plaats van te worden gezien als een extravagante activiteit.

“Het potentieel om verandering teweeg te brengen aan Universiteit Maastricht kan  exponentieel groeien, als mensen op een duurzame manier worden opgeleid, nemen ze op een geïnformeerde manier beslissingen”.

Zij heeft bijvoorbeeld in een economische module klimaatverandering alleen benaderd als een handelsmogelijkheid, wat een schok was, niet alleen omdat het in tegenspraak was met wetenschappelijk bewijs, maar ook omdat zij het tot vorig jaar nog leerde. Gelukkig is deze cursus al aangepast voor het komende jaar, maar het werd duidelijk dat UM een gemoderniseerd curriculum nodig heeft om de uitdagingen van de 21e eeuw aan te kunnen gaan.

Niet leren over verschillende onderwerpen is schadelijk, wat niet alleen zichtbaar is in klimaatrechtvaardigheid, maar ook in raciale rechtvaardigheid. Een van de initiatieven van KAN Maastricht is het dekoloniseren van de leerplannen van Universiteit Maastricht, het erkennen van de intersectionaliteit van deze onderwerpen, en dienovereenkomstig handelen. interdisciplinair is de aanbevolen en verplichte literatuur niet up-to-date en ongebalanceerd. “Oude geleerden zijn irrelevant, maar de meeste bronnen die we raadplegen zijn rijke oude blanke mannen, een onevenwichtig perspectief dat met veel problemen gepaard gaat. Alleen al het diversifiëren van bronnen zou in dit geval al kunnen helpen”.

Tastbare toewijding

De totstandbrenging van werkrelaties met UM is een van de primaire uitdagingen waarmee zij in KAN Party is geconfronteerd, omdat zij samenwerken met een instelling die structureel nog niet de urgente veranderingen toelaat die wij nodig hebben om duurzame studenten te onderwijzen. Na het inleveren van een petitie, ondertekend door meer dan 1000 leden van de Universiteit Maastricht, zei de vicevoorzitter “dat hij zou kijken naar de definitie van een duurzaam UM, maar dat het tijd zou kosten”.

Universiteit Maastricht heeft geen “nee” gezegd, maar ook geen “ja”. Wij willen dat UM haar bereidheid toont door op tastbare wijze bewijs te leveren in plaats van een nogal ontmoedigend antwoord te geven.

Duurzame groei

Aan de andere kant hebben sommige initiatieven zich juist positief ontwikkeld. Bijvoorbeeld het feit dat KAN Party al twee opeenvolgende academische jaren verkozen is voor raadszetels. Vorig jaar hebben ze hun zetels meer dan verdubbeld tijdens de faculteitsverkiezingen van FASOS en zijn ze de op een na grootste partij geworden, ondanks dat het een jonge UM-partij is, wat aantoont hoe belangrijk klimaatrechtvaardigheid is voor studenten.

Een ander opmerkelijk resultaat was te danken aan Fossil Free Maastricht, dat een campagne startte om de UM zover te krijgen hun pensioenfonds ABP aan te schrijven en in een publieke verklaring aan te dringen op het afstoten van fossiele brandstoffen. De campagne werd in eerste instantie ontvangen als een verzoek dat buiten bereik lag, maar het is toch gelukt.

“Een trots moment voor zowel KAN Maastricht, Fossil Free als de Universiteit Maastricht in het algemeen, een succes waarvan ik niet had verwacht dat het nu al zou gebeuren”

Een laatste symbolisch maar essentieel succes, was de verandering van de standaardzoekmachine die UM gebruikt in een paar van haar faculteiten, naar een duurzame, Ecosia. Overigens kunnen studenten van andere faculteiten handmatig de zoekmachine veranderen.

Faculty Sustainability Network

Buiten KAN Maastricht werkt Charloote samen met een staflid aan de opbouw van een Faculty Sustainability Network. Een bottom-up initiatief waarbij de gemeenschap van elke faculteit betrokken is en eveneens op centraal niveau plaatsvindt. Elke faculteit heeft een groep gemotiveerde studenten die aan duurzaamheidskwesties willen werken, en ook een verzameling mensen die daar vanuit een centraal niveau aan willen werken, maar nog niet de ruimte hebben om zich te verbinden. Faculty Sustainability Network zal die ruimte bieden aan een gemeenschap aan de Universiteit Maastricht om aan deze kwesties te werken en ideeën uit te wisselen.

Hoewel het een initiatief is waar ze buiten KAN Party aan werkt, ziet ze het als onderdeel van haar werk voor de Universiteitsraad om UM te verduurzamen.

Benieuwd naar hun inzet? 

Neem een kijkje naar de website van KAN Maastricht: website

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter Sheila Oroschin oprichter van The Masters, een droomhuis

Local Goal Getter Sheila Oroschin oprichter van The Masters, een droomhuis

Voor de Local Goal Getter van deze week hadden we een enerverend gesprek met Sheila Oroschin, die The Masters in het leven riep, een initiatief dat huizen opricht met als doel volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De panden zijn door de Masters omgetoverd tot open sociaal knooppunt voor de buurt en haar bewoners. Partners gebruiken de faciliteiten waardoor intensief met andere organisaties  samengewerkt kunnen worden om zoveel mogelijk Ontwikkelingsdoelstellingen te bereiken. Allemaal zijn het onderdelen van het concept die de Masters versterken, en zonder elk deel zou het niet zo toereikend zijn.

Ervaring door een persoonlijk reis

Sheila Oroschin werd geboren in Amsterdam, studeerde rechten, en verhuisde op 26-jarige leeftijd uit liefde naar Limburg. Sheila’s partner volgde een hotelschool en opende na verloop van tijd een paar vestigingen in Geleen, Heerlen en Delft. In 1991 gingen ze in zee met een kledingbedrijf. In die tijd was het een economisch georiënteerde familie, gericht op efficiëntie en omzet. In de loop der jaren kregen zij 3 kinderen, van wie Alex (1991) werd geboren met een syndroom, Coffin-Siris of CSS, waaraan de meeste kinderen in het eerste levensjaar overlijden. In tegenstelling tot de verwachtingen die deskundigen van Alex hadden, ontwikkelde hij zich op bewonderenswaardige wijze. De focus voor Sheila en haar familie lag niet op wat Alex niet kan, maar veeleer op waar zijn talenten liggen, waaronder een goed ruimtelijk inzicht en een fotografisch geheugen.

Het leven is anders ingericht en voor Alex betekende dit ook dat hij naar het speciaal onderwijs moest, waar hij helaas grotendeels afgezonderd van de maatschappij werd onderwezen. Van Alex zijn 16e tot 18e jaar werd gekeken naar locaties waar iemand veilige huisvesting kan krijgen en faciliteiten voor recreatieve doeleinden. Op deze locaties ligt de nadruk in eerste instantie niet op individuele wensen en talenten. Ze wilden niet dat Alex naar een locatie zou gaan waar zijn talenten over het hoofd gezien zouden worden, maar juist naar een plek die dromen faciliteert. Zo’n locatie moest er nog komen, en in 2007 werd het The Masters.

Een plaats waar iedereen betaalbaar kan wonen in een gelijkwaardige gemeenschap, waar mensen worden gezien en aandacht wordt besteed aan welzijn en een goede gezondheid, die veiligheid en sterke openbare diensten biedt.

Een dilemma

The Masters begon met twee particuliere auto’s die, samen met een groep van acht jongeren, een oude garage in een industrieel gebouw vonden en omtoverden tot een hotspot voor de gemeenschap. Deel worden van de gemeenschap in de buurt in plaats van slechts gezien te worden als zielenpietjes. Juist bij de Masters staat de gast centraal, wordt hij niet gezien als cliënt of patiënt, maar worden zijn unieke talenten zichtbaar gemaakt.

In deze buurt waren er twee prominente uitdagingen, ten eerste waren er veel leegstaande panden en ten tweede was er een algemene klacht over vrachtverkeer van kleine pakjes. Dit laatste probleem trof de beheerders van de panden en de bewoners en is tegelijkertijd niet duurzaam, waar de ondernemers zich overigens ook niet prettig bij voelden. De oplossing voor te veel vrachtvervoer was er eigenlijk al, Binnenstadservice Maastricht. Binnenstadservice Maastricht biedt een plek voor goederen van deze ondernemers, die vervolgens de routes bepalen, waardoor er niet meerdere vrachtwagens door de wijk rijden voor een paar pakketjes, maar er één lading kan worden gemaakt voor alle pakketjes in de wijk.

The Masters keken of er een element is dat deze geïndividualiseerde eilanden van de wijk met elkaar verbindt, en of zij daar een rol in zouden kunnen spelen.

Zij hadden destijds gevraagd of Binnenstadservice Maastricht een toespraak kon houden op onze micro-public plaats, zodat de oplossing bekend zou worden bij bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers en het bestuur, ter beschikking gesteld door The Masters. Ze hielden een bijeenkomst waar iedereen welkom was, “we verwachtten een beperkt aantal mensen, maar uiteindelijk moesten we 50 kopjes koffie delen met 150 mensen”.

Master to Master

De eerder gepresenteerde uitdaging vormde de aanzet voor Master to Master bijeenkomsten, die tot doel hadden Masters te plaatsen op de locaties van de ondernemers die bij de toespraak van Binnenstadservice waren, en daarbuiten. Deze ondernemers konden mensen een ervaringsplek bieden met de mogelijkheid om uit te groeien tot een betaalde baan.

Iemand een echte kans geven om mee te doen in de maatschappij, in plaats van een bon voor de kermis.

Om te voorkomen dat mensen op een verkeerde manier tewerkgesteld zouden worden, organiseerden zij elke donderdag ” Master to Master ” bijeenkomsten. Goede resultaten leidden tot de oprichting van een Master Food Service, waar aandacht werd besteed aan gezonde voeding en dieet, en de Masters Greenery, waar mensen de herkomst van voedsel kunnen ervaren, samen kunnen koken en verse voorraden kunnen verdelen.

Thuis & sociale hub

Het uiteindelijke doel voor het oprichten van de Masters was het opzetten van een locatie waar mensen, waaronder de Masters en studenten, konden verblijven en worden opgemerkt, bejegend op een zo normaal mogelijke manier in een dynamiek van jonge mensen die elkaar dragen. De locatie moest niet verborgen liggen, maar juist in het centrum van Maastricht.

Het is geen roze wolk, het is mogelijk, we bestaan en we hebben wachtlijsten.

Op dit moment zijn er twee locaties, één in het Statenkwartier en één in Wyck, waarbij de gebouwen zijn ingericht als hotel. In Wyck is er een evenwichtige verdeling van studenten, jonge statushouders en Masters, elk een derde. Het is immers ook voor jonge statushouders belangrijk om een vangnet te hebben. In het Statenkwartier is er een vergelijkbare verdeling, maar alleen tussen masters en studenten. Beide locaties hebben een micro-public place, een contactpunt waar bewoners en gemeenschap terecht kunnen voor alles, zowel voor interne als externe service. Daarnaast hebben de locaties een UPS Servicepunt, strijk- en wasservice, die ook bij de mensen thuis kan worden afgeleverd, en een gemeenschappelijke ruimte voor iedereen.

Desondanks houden The Masters wonen en zorg gescheiden en nemen ze mensen geen zorguren af, noch accepteren ze geld voor zorg, omdat ze handelen vanuit de overtuiging dat zorggeld naar de daadwerkelijke ondersteuning moet gaan en niet naar het onderhoud van gebouwen bijvoorbeeld. Zij overleggen met zorgaanbieders over de afbouw van zorg, en helpen in kaart te brengen welke zorg daadwerkelijk nodig is.

Uiteindelijk is zorg alleen goed als het leidt tot meer zelfstandigheid op de lange termijn, en dus als bijgevolg tot een vermindering van de zorg.

Vermindering van zorg gebeurt echter nauwelijks, omdat het ook effect heeft op declarabele uren, en minder uren betekent minder banen.

Naast de huizen hebben we in het Statenkwartier een sociaal restaurant opgezet, Vorkje Prikken. Wie onder de armoedegrens leeft krijgt een driegangenmaaltijd voor 4 euro, wie erboven leeft 7 euro.  Een open en goed gefaciliteerde ruimte waar iedereen gewaardeerd wordt doet iets met mensen.

De wereld van gezondheidszorg 

In 1991 leerde Sheila de wereld van de gezondheidszorg kennen, een bedrijfstak waarin veel geld omgaat, en waarin een gehandicapte, als je het zwart op wit zet, zorgt voor declarabele uren en werkgelegenheid voor een ander. In de wereld van de zorg komt het maar al te vaak voor dat de persoon die in het middelpunt van de belangstelling zou moeten staan, met andere woorden de gast, die aandacht niet krijgt. De aanpak van de Masters heeft een aantal misvattingen aan het licht gebracht. In het eerste jaar van een van de huizen hebben ze bijvoorbeeld 96.000 euro aan zorgkosten bespaard, alleen maar door de diensten efficiënter rond de individuen te organiseren.

De enige reden waarom ik dit überhaupt ben gaan doen, was vanwege Alex, een geschenk in dit leven, anders was ik nooit in de gezondheidszorg terechtgekomen. Nu zal ik niet stoppen voordat dit voor een grote groep mensen is veranderd, wat waarschijnlijk een leven lang werk is.

Een bron van motivatie is de structuur van het huidige zorgsysteem; het ontbreekt aan sturing waardoor het werk ook echt goed kan verlopen en mensen hun talenten kunnen ontplooien. Er wordt gekeken naar wat mensen niet kunnen in plaats van waar hun krachten liggen. Er gaat veel geld naar de intermediaire instanties die controlegericht zijn, wat het individu niet helpt, maar wel veel tijd en geld kost. Verandering is moeilijk, maar zeker mogelijk.

Het algemene doel van de Meester is dat mensen gelijke kansen hebben en zich alleen zorgen maken over hun fysieke toestand, maar niet over huur, servicekosten, voedsel en kleding. Als je een basis hebt, kun je tot rust komen, aan jezelf werken en dan pas iets voor een ander betekenen. Duurzame zorg is wat iemand echt nodig heeft en de kosten daarvan zullen vanzelf dalen als ze een veilig thuis hebben en vervolgens zal er minder beroep worden gedaan op ondersteuning. De zorgkosten van de bewoners bij The Master dalen, terwijl het gemiddelde juist toeneemt.

De Meesters werken vanuit een open source principe, eenieder kan er dus informatie uit halen. “Als er zorgen zijn, kunnen ze zelfs contact met ons opnemen”. Tot nu toe zijn we alleen beperkt in ons aantal huizen omdat het huidige systeem een methode als deze niet volledig accepteert, maar we zitten in een overgangsfase. In ieder geval zullen wij een uitbreiding van dit soort huizen niet tegenhouden, er moeten er meer komen.

Benieuwd naar hun inzet? 

Neem een kijkje naar de website van the Masters: the Masters

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter Paula Marianne Pfeifer medeoprichter van Athos-Eet-Maakt-Doet, the real social label

Local Goal Getter Paula Marianne Pfeifer medeoprichter van Athos-Eet-Maakt-Doet, the real social label

Voor de Local Goal Getter van deze week interviewden we Paula Marianne Pfeifer, een inspirerend persoon die mede-oprichtster is van Athos-Eet-Maakt-Doet. 7 jaar geleden liep Paula voor het eerst mee in Athos, toen het nog functioneerde als onderdeel van Stichting Radar. Samen met 3 anderen hielp zij het recreatieprogramma van Stichting Radar om te vormen tot een plek met open voorzieningen, waar mensen een duurzame start konden maken door te werken aan persoonlijke passies, met betaald werk als eindbestemming.

Van dagopvang naar zelfredzaamheid

Athos is ontstaan door het beantwoorden van een reeks vragen over hoe het anders zou kunnen, aangezien een recreatieprogramma niet kijkt naar de mogelijkheden en behoeften van elk afzonderlijk lid. Gaandeweg werden deze vragen beantwoord waardoor Athos nu een afzonderlijke bv is geworden, mede omdat zij geloven in de verkoopbaarheid van hun product. Athos is een plaats waar je wordt aangemoedigd om sociale verantwoordelijkheid op te nemen, iets wat gemakkelijk gezegd is, en toch voeren ze het grondig uit.

People care, earth care, but everything with a fair share.

Er is grondig nagedacht over het ontwerp van Athos, zodat het zowel aan de behoeften van de mensheid als die van de planeet voldoet. Het echte sociale label accentueert het feit dat ze het in de praktijk brengen.

 

Athos is ontwikkeld voor de gemeenschap, met een focus op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, in de brede zin van deze woorden. In 6 jaar tijd is de onderneming gegroeid van een kleine inclusieve doelgroep, naar iedereen die door passie en talent met elkaar verbonden wil zijn. Athos bestaat uit mensen van 32 verschillende windstreken, waarbij de jongste 16 is en de oudste 97, omdat het tenslotte een afspiegeling is van de maatschappij waarin we leven buiten deze vier muren om. De doelgroep van Athos is hun buurt, ze zijn continu bezig zich te verankeren in het lokale bedrijfsleven en werken daarom nauw samen met ondernemers in en rond Maastricht. Hieronder valt ook Makers van Maastricht, dat werkt vanuit een liefde voor vakmanschap van lokale ondernemers. We benaderen de omgeving van Maastricht in verschillende optieken, maar allereerst kunnen mensen als klant proeven wat de locatie te bieden heeft.

Een geslaagde methode

Het systeem was oorspronkelijk niet gemaakt voor een onderneming als Athos, maar zij werkten niet vanuit dat perspectief. Structuren moeten worden ontworpen om zaken te vereenvoudigen, zodat ze eerlijk zijn en goed worden beheerd. Hoewel deze waarden goed bedoeld zijn, heeft de huidige samenstelling dit principe al een tijd niet meer gediend. Athos brengt wat bij deze tijd hoort, mensen intrinsiek te motiveren. Het doel van de onderneming is de maatschappelijke participatie soepeler te laten verlopen, en daarom werken zij vanuit een mensgerichte visie. Uiteindelijk moet een systeem de mensen dienen, en niet andersom. 

De manier waarop wij te werk gaan is op een basis van inhoud, de structuur kan altijd worden vormgegeven.

Een kritische blik op het heersende systeem bij de opbouw van een onderneming is niet iets wat men per se gewend is. In de loop der tijd is het natuurlijk gemakkelijker geworden om te werken met een formule waar je omheen moet draaien, toch blijf je altijd ergens tegenaan lopen. Systematisch veranderen was en is de grootste uitdaging waar Athos en Paula voor staan. Deze methodologie werkt, en hopelijk kunnen we in de toekomst op grotere schaal op basis van menselijke principes werken.

Laat mensen zichzelf zijn

Een van Paula’s fundamentele drijfveren is dat ieder mens moet worden gezien gewoon om wie die is, ongeacht waar ze vandaan komen. Het zou oneerlijk zijn om meer kansen te krijgen en onderscheid te gaan maken, maar helaas gebeurt dat nog steeds.

Ik vind het ridicuul dat ik meer kansen krijg in dit level alleen omdat ik als blanke vrouw in West-Europa ben geboren, en iemand met bijna identieke ervaringen en kennis, maar op een ander halfrond geboren is, deze misschien niet krijgt.

Bovendien ziet zij graag het beste in mensen, soms omdat mensen dat zelf niet altijd inzien. Mensen zijn vaak tot meer in staat dan zij zelf denken. Elke dag kijkt Paula daar met een voldaan gevoel op terug, vooral wanneer ze actief ziet dat mensen in staat zijn te doen wat zij willen bereiken. In dit opzicht is de kwaliteit van dit gevoel belangrijk en niet de kwantiteit. Uiteraard is het uitvoeren van een klus op een groot festival indrukwekkend, maar hetzelfde gevoel krijgt ze bij 15 mensen die een authentieke ervaring meemaken, of om een individu vorderingen te zien maken naar een plek waar ze duurzaam werk kunnen verrichten.

Dromenvangers

Een van Paula’s favoriete voorbeelden van een achtervolgde droom betreft Shelly, een jonge man uit Damascus die Syrië heeft moeten ontvluchten en in Europa terecht is gekomen. Een intelligent persoon die in een situatie terecht is gekomen waarin de maatschappij hem op een veelvoud van gebieden niet begrijpt.

Wanneer alles vreemd, nieuw en onbekend is, kun je in een spiraal terechtkomen, en Athos is een plaats waar je die cyclus kunt doorbreken.

Ondanks zijn situatie wilde hij de meubelmakerij, die zijn familie ooit had, op zijn eigen voorwaarden voortzetten maar tegelijkertijd een stukje geschiedenis met zich meeneemt. Shelly was erop gebrand zijn droom na te jagen, en slaagde daar ook in, door lampen te produceren die gemaakt waren van Athos-machines, waaraan een aangrijpend levensverhaal was verbonden.

Benieuwd naar hun inzet? 

Neem een kijkje naar de website van Athos: Athos-Eet-Maakt-Doet

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter John Steijns van CNME, maak duurzaam onderwijs het nieuwe normaal!

Local Goal Getter John Steijns van CNME, maak duurzaam onderwijs het nieuwe normaal

Terugblikken, maar toch vooruitgang boeken, dat is waar we ons op richten met Johns Steijns als de Local Goal Getter van deze week. Na 41 jaar bij het CNME te hebben gewerkt aan duurzaam onderwijs in Maastricht en daarbuiten, begint hij aan zijn volgende hoofdstuk, waarin hij zich blijft inzetten voor duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in het onderwijs, nu hij met vervroegd pensioen gaat.

Unieke combinatie, als basis creatie

John combineert samen met om en nabij 20 collega’s een unieke set van disciplines om de basis te leggen voor het creëren van duurzaam handelen, bij het CNME. Het CNME, centrum voor natuur- en milieueducatie, biedt zijn expertise aan op het gebied van educatie en ecologisch beheer in Maastricht en omgeving. Een rode draad in de missie van het CNME, is het vooruitzicht dat mensen een handelingsperspectief ontwikkelen dat hen in staat stelt de impact van persoonlijke keuzes, zoals in voeding en vervoersmogelijkheden, op de wereld om hen heen te bevatten.

 

Een verscheidenheid aan activiteiten, verzorgd door het CNME, helpt mensen, met een focus op scholieren, om duurzame opties te overwegen, en op basis daarvan afgewogen beslissingen te nemen. Dit varieert van lessen in natuurgebieden tot lessen over luchtkwaliteit, waarbij ze kijken naar de situatie, inclusief die van henzelf in Maastricht, en hoe ze die ten goede kunnen veranderen. Te beginnen met de jongsten onder ons, die de natuur beleven en leren kennen via kabouterpaden, een natuurpad voor kleuters, waar kabouters hen opdrachten geven over de omgeving die hen omringt.

Soms leren we de jeugd spelenderwijs, maar wel met een serieuze ondertoon, omdat deze activiteiten een betekenisvolle waarde hebben in de boodschap die ze meegeven

John is consultant Natuur, Milieu, Duurzaamheid en Educatie. Hij adviseert leerkrachten of scholengemeenschappen over duurzaam onderwijs, door het benodigde lesmateriaal aan te leveren of zelf de lessen te geven. John’s focus ligt op de transitie van het basisonderwijs naar duurzaam lesmateriaal.

Wereldwijde geleerde lessen

In september 2021 worden er drie lessen gegeven (7, 8 en 9 sept) waarbij mensen uit het hele land die deze kunnen bijwonen en op deze informatieavonden het Global Goals lespakket uitgelegd krijgen.

Reflectie is belangrijk, ook van jongs af aan, je moet alleen weten hoe je het moet inkaderen in een taal die ieder begrijpt.

Samen met Maastricht Foto Festival hebben ze een project ontwikkeld, ” werelddoelen in beeld”, waarbij de werelddoelen werden tentoongesteld in combinatie met kunst, en in dit geval fotografie. In deze workshop gingen de leerlingen verhalende beelden maken over een mondiaal doel met solidariteit als thema. Elk van de 10 deelnemende groepen koos zijn eigen 5 beste werelddoelen in beeld, welke vorig jaar werden tentoongesteld in Maastricht University. Dit jaar gaan 20 groepen deelnemen, waaronder 3 van middelbare scholen op een nieuwe locatie, Pathé.

The natural step

Een cluster van ervaringen in de hervorming van de Maastrichtse aanpak van het onderwijs is te danken aan de Natural Step methodiek. Binnen deze training wordt duurzaamheid als concept duidelijk, wat leidt tot een gemeenschappelijk gebruik van definitie en taal. John’s deelname aan the Natural Step programma leidde tot zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van de meest duurzame school van dat moment, “de Geluksvogel” in Limmel. De Geluksvogel was een unicum in Nederland omdat het schoolgebouw tot stand is gekomen in reactie op hun duurzame onderwijsvisie.

Alle deelnemers zaten op één lijn, er was geen gemaar, alleen aandacht voor de vraag hoe duurzaam onderwijs vorm moet krijgen.

Achteraf gezien

De start van zijn carrière bij CNME is eveneens een van zijn hoogtepunten, toen hij klassen van ongeveer 40 scholen onderwees over de cycli, het evenwicht in de natuur, voedingspatronen, en welke invloed dat heeft op een individu, en dat alles in schooltuinen, waarvan de meeste direct naast deze onderwijsvoorzieningen lagen. Toentertijd had hij al een passie om mensen te onderwijzen over de werking van de natuur.

Op dit moment leiden scholen de generatie van morgen op, oftewel de generatie die volwassen zal zijn wanneer de Duurzame Ontwikkelingsdoelen in 2030 bereikt zouden moeten zijn.

Een van zijn onderwijsmijlpalen is op terechte wijze bereikt. In het basisonderwijs van Maastricht is duurzaam onderricht een prioriteit geworden. Deze heroriëntatie van de hoofdzaken begon ongeveer drie jaar geleden, en is nu zichtbaar in de beleidsplannen van de scholengemeenschappen, via een Whole School Approach, een beweging die inmiddels in heel Nederland zichtbaar is. Duurzaam onderwijs is goed onderwijs, en goed onderwijs is een feest.

SDG Box

De visie achter een SDG Education Platform, is om een hulpmiddel te ontwikkelen voor alle scholen zodat er aandacht wordt besteed aan de Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG). Dit heeft geresulteerd in de SDG Box, die in de week van 25 september 2021 gelanceerd zal worden voor klaslokalen vanaf groep 1. De SDG Box is een doos met 17 borden waarin de 17 werelddoelen per bord staan weergegeven. Elke SDG heeft een QR-code, waarin lesmateriaal verstopt zit, samen met activiteiten om de mondiale doelen in de praktijk te brengen. De SDG Box biedt een laagdrempelige manier om les te geven over de ontwikkelingsdoelen, wat leerkrachten een aanzienlijke hoeveelheid voorbereiding zal besparen.

Klus is nog niet geklaard!

Naar eigen zeggen heeft hij in zijn tijd bij CNME circa 40 banen gehad, want elke keer gebeurde er wel iets waardoor zijn werk evolueerde tot wat het nu is. In zijn pensioen zal John zich blijven inzetten voor de duurzame ontwikkelingsdoelen. Hoewel John hoogtepunten in overvloed heeft, staat er nog menigmaal op de agenda als het gaat om het implementeren van duurzaam onderwijs. De komende jaren wil hij zich graag richten op de vraag: wat kan en wil de onderwijssector doen op het gebied van duurzaamheid?

Als een van zijn toekomstperspectieven hoopt hij dat er een basis van duurzaam onderwijs komt voor secundaire educatie. Onderwijs stopt niet bij de deuren van het basisonderwijs, en voor continuïteit in de ontwikkeling van de volwassenen van morgen liggen de volgende stappen in de implementatie van duurzaam onderwijs in het voortgezet en hoger onderwijs. Met bijzondere aandacht voor het voortgezet onderwijs, omdat in deze fase voor velen een kloof ontstaat. Een breuk in de ontwikkeling van duurzaam bewustzijn, en daarmee stopt de doorlopende leerlijn wanneer leerlingen de basisschool verlaten.

Benieuwd naar hun inzet?

Neem een kijkje naar de website van het CNME: https://www.cnme.nl

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter Nina Rijsterborgh van Maas in de Wet, een stortvloed aan rechten

Local Goal Getter Nina Rijsterborgh van Maas in de Wet, een stortvloed aan rechten

Ongeveer een jaar geleden kwam Nina Rijsterborgh in contact met Maas Cleanup op Maas Cleanup Day. Ze werd al geconfronteerd met de toestand van de rivier na een dag de Maas schoongemaakt te hebben. Toen Maas Cleanup het kantoor van Boels zanders Advocaten, waar zij werkt, uitdaagde om met een alternatieve actie te komen die de Maas positief beïnvloedt, stroopte zij de mouwen op en ging samen met een team van deskundigen aan de slag met wat nu de petitie “Maas in de Wet” is. We hadden een bemoedigend gesprek met de Local Goal Getter van deze week Nina Rijsterborgh, die werkt aan een initiatief dat de Maas rechten zou kunnen geven alsof het een persoon is.

Uitdaging aanvaard!

Toen binnen Boels Zanders Advocaten de vraag kwam wie deze uitdaging zou willen onderzoeken, sprong Nina zonder aarzelen in de diepe van deze mogelijkheid. Ze was vanuit een professioneel oogpunt geïnteresseerd, vanwege haar achtergrond in omgevingsrecht en in ontwikkelingen in wetgeving geïnteresseerd. Op persoonlijk niveau ook, het begint bij de rol die wij individueel spelen  in het creëren van een gezonde leefomgeving. Elk steentje draagt hieraan bij, zelfs bewustwording kan een wereld van verschill maken.

Door Maas Cleanup wordt bewustwording gecreëerd, en de petitie Maas in de Wet kan leiden tot politieke verandering.

Maas in de Wet is een gezamenlijk initiatief dat tot stand is gekomen door de samenwerking vanuit meerdere disciplines waaronder een juridische achtergrond vertegenwoordigd door Boels Zanders Advocaten, en dus Nina Rijsterborgh, Jessica den Outer een onafhankelijke Natuurrechtenexpert, Viastory die de communicatie-expertise levert, IVN (Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid) en een veelheid aan bedrijven.

Na een zorgvuldige evaluatie van een aantal opties, waaronder een burgerinitiatief en een lobbycampagne, hebben zij hun inspanningen gericht op het opstellen van een petitie. Met een petitie kun je de algemene reactie van het publiek pijlen, het bewustzijn vergroten, in synergie met hoe je het publiek het best meekrijgt in het initiatief. Het evenwicht van de boodschap is genuanceerd en een voortdurend heen en weer gaan tussen juridische gegevens en het verhaal dat gevoel creëert, aangezien bewustmaking over een juridische kwestie nogal informatief kan zijn.

Waar maken we ons druk om?

De essentie van het toekennen van rechten aan de Maas ligt in de tonnen plastic afval die op één dag worden verzameld door maar liefst 5.000 vrijwilligers van Maas Cleanup, die moesten werken vanuit reactieve maatregelen, terwijl dit voorkomen had kunnen worden door systematische oplossingen. Dit is waar Maas in de Wet om de hoek komt kijken, het kan een basis bieden door de Maas rechten te geven zodat het welzijn van de Maas iemands verantwoordelijkheid wordt. Momenteel leunen we op milieu-organisaties om de natuur te beschermen als reactie op een gecreëerd probleem, maar wanneer zij hun eigen rechtspersoonlijkheid hebben, krijgt de natuur een plaats aan tafel wanneer er beslissingen worden genomen over het belang van haar behoud en dat van toekomstige generaties. Het kan zelfs leiden tot minder procedures. Als de natuur een stem krijgt, wordt zij rechtstreeks betrokken bij de besluitvorming, waardoor procedures overbodig worden.

De natuur zou rechten moeten hebben, en met een definitie die verder gaat dan ons persoonlijk gewin, waar we vaak naar verwijzen als we zelfs deze beweringen al doen. De rechten van de Maas zouden ook de intrinsieke waarde moeten omvatten, want alleen dan creëren we een gezond milieu.

Een schoon milieu kan nooit volkomen nutteloos zijn voor wie dan ook, en die gedachte leeft niet alleen onder de mensen, maar ook in de ondernemingen.

Een beweging

Hoewel het vrij unicum is in Europa, is dit geen nieuw fenomeen. voor het eerst in de wereldgeschiedenis heeft Nieuw Zeeland in 2017 de Whanganui rivier een lang verdiende erkenning als rechtspersoon gegeven, na grote inspanningen van de Maori stammen . Het is dus niet de vraag of dit mogelijk is, de vraag is of dit in Nederland ook mogelijk is. Hoewel het in Nederland nog niet is gebeurd, is de vraag al wel gesteld over een ander gebied, de Waddenzee.

“Regels zijn goed, maar niet genoeg”

Het huidige doel van deze petitie is bewustwording te creëren om niet alleen een onderwerp van gesprek te worden in het parlement, maar te leiden tot gesprekken over de vormgeving van een dergelijke wet voor Nederland en mogelijk de hele Maasregio te bereiken, inclusief een over de grens strategie. Niet in de verwachting dat er direct een wet zal komen zodra deze aan het parlement wordt aangeboden, maar met de ambitie om dat punt te bereiken en verder te focussen op een Europa breed beleid.

Onder de ijsberg

Ontwikkelingsdoelstelling 6 (schoon water en sanitair) en Ontwikkelingsdoelstelling 14 (leven in het water) hebben overduidelijke links met Maas Cleanup en Maas in de Wet. Deze ontwikkelingsdoelen worden gedeeltelijk beschermd als de Maas rechtspersoonlijkheid krijgt. Desalniettemin, zijn de wortels van het project dieper dan ze initieel laten zien, het raakt ook SDG 2 (geen honger), SDG 3 (goede gezondheid en welzijn) SDG 13 (klimaatactie) en SDG 15 (leven op het land). Het project kan tot grote lange termijn consequenties leiden, inclusief tot een betere kwaliteit van water. Vervolgens heeft dat een positief effect op ons eigen gezondheid en die van de natuur, wat ook leidt tot minder honger.

Benieuwd naar hun inzet?

Neem een kijkje naar de petitie: https://maascleanup.nl/actie/maas-in-de-wet/

Schrijver: Jo-Anne Jaegermann

Foto: Jo-Anne Jaegermann


Local Goal Getter Martia Tersteeg, schepper en bestuurslid van de Tapijntuin

Local Goal Getter Martia Tersteeg, schepper en bestuurslid van de Tapijntuin

Deze week hebben we Martia geïnterviewd, een inspirerende vrouw die ernaar streeft om zoveel mogelijk mensen iets te leren. Als de oprichter van de Tapijntuin heeft ze een mooi en rustig plekje in het centrum van Maastricht  gecreëerd.

Heb een doel en ga ervoor!

Met een pepermuntthee (kruiden uit de tuin natuurlijk) in de hand en een mooi uitzicht over de tuin sprak ik met Martia Tersteeg. Geïnspireerd door Michel Onfray had ze al het idee om haar eigen gemeenschappelijke tuin te beginnen (SDG #15). Toen ze een interview had met hem in Frankrijk overtuigde hij haar om haar doel na te jagen. Ook hij had een gemeenschappelijke tuin in Frankrijk, maar hoewel Michel de burgemeester kon overtuigen met een glas wijn, moest Martia veel meer moeite doen. Toen in 2012 de bewoners of Maastricht werden gevraagd om via een denktank een nieuwe invulling te geven aan de voormalige kazerne, pakte Martia haar kans. Na meerdere vergaderingen, gesprekken en presentaties kon ze eindelijk haar doel werkelijkheid maken. Samen met vier andere bestuursleden heeft ze de Tapijntuin opgericht.

Het moraal van dit verhaal is om een doel te hebben en het te realiseren. Dat is een boodschap die Martia aan iedereen wilt mee geven. Heb een doel en ga ervoor!

Kennis delen

Tijdens ons gesprek was ik verbaasd over de kennis van Martia, kennis die ze graag met iedereen wilt delen. Dat doet ze dan ook, samen met de tuinman. Of het nou om vergeten groenten, het aanpassen aan het milieu of om een wormenhotel gaat, iedereen is altijd welkom om de tuin te betreden en te vragen. Vrijwillig naar binnen lopen kan altijd, maar normaal gesproken zijn er ook georganiseerde activiteiten. Helaas staan deze momenteel op pauze vanwege corona. In september zullen deze weer opgestart worden. Martia kan niet wachten om deze verschillende activiteiten te organiseren. Hoewel er veel kennis wordt gedeeld, is het ook heel erg sociaal: Asielzoekers komen in contact met inwoners met een groot bereik, eenzame ouderen werken samen in de tuin, sporten met een coach en koken daarna oude gerechten die zij nog zullen kennen. Daarnaast leren kinderen met overgewicht over groenten en gaan er ook mee koken. (SDG #13)

Droomwens en een echte wens

Uiteindelijk na zeven jaar, meerdere vrijwilligers, ontelbare bezoekers samenwerkingen met Gemeente Maastricht en Universiteit Maastricht (SDG #17), hebben Martia en haar bestuur zich stevig gevestigd in het tapijnpark. Nog steeds is er een groot enthousiasme wanneer ze tijdens een korte rondleiding door de tuin een courgettebloem ziet. Dat enthousiasme valt echter in het niets met de enthousiasme toen ze twee jaar geleden morieljes zag in de tuin. Deze paddenstoelsoort is zeldzaam en ze waren de enigen in Maastricht met morieljes. Uiteindelijk werden ze gebruikt in een speciaal gerecht in een restaurant in Maastricht. Stiekem droomt ze ervan om deze weer eens te zien in de tuin. Deze opmerking wordt gelijk gevolgd door haar echte wens en niet dit grapje: dat de Tapijntuin nog lang zal voortbestaan en veel kennis kan worden gedeeld.

De locatie kon niet beter zijn hiervoor. Door de UM campus in hetzelfde park is er een grote aanloop van studenten waardoor er al meerdere  samenwerkingen bestaan tussen studenten en de Tapijntuin.

De tuin is wellicht niet zo groot, maar er is erg veel te zien en elke dag is er wel iets nieuws. De grootste recente verandering is de installatie van een nieuw irrigatiesysteem. Het systeem pompt grondwater omhoog dat wordt gesproeid doormiddel van tuinslangen met kleine gaatjes erin. (SDG #12)

Kennis en passie

Hoewel Martia onze Local Goal Getter is, herinnert zij mij er regelmatig aan dat ze dit niet alleen heeft kunnen doen. Ze is dankbaar voor iedereen die haar en de Tapijntuin heeft gesteund en geholpen. Ook geeft ze hulde aan Frank Raddar, haar lokale inspiratiebron. Zijn kennis en passie voor kruiden is ongeëvenaard. Dus hoewel Martia veel kennis deelt, leert ze nog steeds erg veel nieuwe dingen via hem. Hierdoor kan ze je alles uitleggen om milieubewust te leven. Dat doet ze met haar unieke kennis en passie.

Schrijver: Sven van der Pas

Foto: Sven van der Pas

Editing: Jennifer Timmermans 


Local Goal Getters Puck en Juul Knols, oprichters van Juupu: voor en door jongeren

Local Goal Getters Puck en Juul Knols, oprichters van Juupu: voor en door jongeren

5 jaar geleden hebben Puck en Juul Knols de handen in elkaar geslagen om Juupu op te richten. Als jonge tieners werden zij samen met de hele westerse wereld geconfronteerd met de vluchtelingencrisis. Diep geraakt door deze humanitaire crisis wensten ze zelf de handen uit de mouwen te steken in plaats van werkloos aan de kant te staan toekijken. Toen ze zich aanboden als vrijwilligers bij het asielcentrum werden ze meteen de deur gewezen, wegens ‘te jong’. Totaal verbouwereerd en gefrustreerd door deze afwijzing besloten ze om zelf aan de slag te gaan, los van de vooringenomen volwassenen en hun organisaties. ‘Juupu’ is dus ontstaan als een samenwerkingscoalitie tussen broer en zus. Vandaag hebben we een hartverwarmend gesprek gehad met Puck. Zij heeft met succes net haar havo-opleiding afgerond. Puck vertegenwoordigt ook Juul die zelf niet aanwezig kon zijn, hij is immers nog druk bezig met het voltooien van zijn eerste bachelorjaar van Liberal Arts & Sciences aan de University College van Maastricht.

‘Je komt in een situatie van armoede terecht als je de rijkdom in jezelf uit het oog verloren bent door iets dat je ongevraagd overkomen is’, aldus Puck. 

Intussen heeft Juupu zich verder ontwikkeld als een organisatie waarin een tachtigtal actieve jongeren de hoofdrol spelen. Het is een inclusieve groep waarin elke jongere welkom is (SDG #5, #10). Onder het motto van ‘jong geleerd is jong gedaan’ werken ze aan het verbeteren van het leven van jonge mensen. Ze werken vanuit de overtuiging dat iedereen geboren is met een uniek pakket aan gaven en talenten. Hun aanpak is erop gericht om deze optimaal te ontwikkelen. Door omstandigheden komt het ontwikkelingspotentieel echter soms op de helling te staan waardoor de jongeren in de neerwaartse spiraal van armoede kunnen belanden. Armoedebestrijding behoort tot de kern van hun taken (SDG #1). Puck vertelt dat hun definitie van armoede breder is dan de traditionele versie ervan. Buiten financiële armoede proberen zij met hun acties ook de sociale armoede zoals eenzaamheid en de negatieve impact ten gevolge van gezondheidsproblemen te bestrijden (SDG #3).

Armoede beperkt zich niet tot de ontwikkelingslanden, maar is ook vaak goed verdoken aanwezig in je eigen buurt.

De ‘community diners’ was een van de eerste acties van onze local goal getters. Tijdens deze etentjes kwamen ze in gesprek met allerhande mensen uit de buurt enerzijds en vluchtelingen anderzijds. Daar werd het voor onze local goal getters al snel duidelijk dat armoede zich niet beperkte tot ontwikkelingslanden. Ook in hun eigen omgeving bleek dat er heel wat mensen te kampen hadden met armoede. Voor veel van deze mensen bleek echter geen vangnet te bestaan gezien ze net buiten de officiële criteria van armoede vielen. Door dit nieuwe inzicht beslisten Juul en Puck zich voortaan in te zetten voor die specifieke bevolkingsgroep die in de steek werd gelaten door het systeem.

Delen is vermenigvuldigen: door te delen ga je je immers rijker en gelukkiger voelen.

De product- en voedselinzamelacties (SDG 2) zijn een van de hoofdactiviteiten van deze jongerenorganisatie. Momenteel zijn er verschillende scholen die hieraan meewerken. Intussen hebben ze ook supermarkten zoals Jumbo kunnen mobiliseren om producten te doneren die anders zouden worden weggegooid omdat ze de vervaldatum naderen. Ook met de supermarktketen Jan Linders is er een deal gesloten om verzamelbakken, de bekende ‘Juupu kratjes’, op te stellen waarin klanten naar eigen keuze houdbare producten kunnen deponeren. Deze donaties van scholen en supermarkten worden geleverd aan zes uitgiftepunten. De logistieke partners zorgen ervoor dat alle producten uiteindelijk terecht komen bij enkele honderden behoeftige gezinnen. Hieruit blijkt duidelijk dat Juul en Puck daadkrachtig en efficiënt te werk gaan door het afsluiten van verschillende essentiële partnerschappen ( SDG #17).

Puck vertelde dat het heel wat tijd en moeite heeft gekost om als jongere geëngageerden serieus genomen te worden. De scholen zijn hierbij het snelst overstag gegaan. Maar het winnen van credibiliteit in het bedrijfsleven of andere instanties blijft lastig. Vanaf vorige week hebben ze een grote mijlpaal bereikt met de consolidatie van een samenwerkingsverband met de SNS bank (SDG #17). In 2019 heeft deze bank een ‘community store’ geopend. Dit sociale initiatief van de bank heeft als maatschappelijke doel om Maastricht financieel gezonder te maken en iedereen iets te leren over geldzaken. Omdat dit naadloos aansluit bij de doelstellingen van Juupu stelt de SNS bank hen deze ruimte ter beschikking. Juupu krijgt hierdoor de mogelijkheid om er fysieke afspraken en activiteiten te organiseren. Ook werken ze samen met het Rode Kruis, dé landelijke noodhulporganisatie, die deuren kan openen naar andere organisaties en samenwerkingspartners.

Door het vergroten van het bewustzijn rondom armoede zullen steeds meer jongeren gemotiveerd en geïnspireerd kunnen worden om zich actief in te zetten in de strijd tegen armoede.

Buiten de donaties van voedsel en basisproducten heeft Juupu ook enkele andere kerntaken. Via het informeren en sensibiliseren van jongeren over armoede wil Juupu de draagkracht van hun stichting verruimen. Ze doen dit door de organisatie van symposia en voorlichtingssessies, waarbij ze zowel ervaringsdeskundigen als professionals aan het woord laten over de verschillende aspecten van armoede.

Door de klemtoon op de jongerenparticipatie onderscheidt Juupu zich van de bestaande stichtingen. Jongeren kunnen en willen het verschil maken. Maar dan moeten wij hen als volwassenen daartoe de vrijheid en de verantwoordelijkheid geven. Puck en Juul zijn intussen de facto in een leeftijdscategorie beland om de fakkel over te dragen naar de volgende generatie van geëngageerde scholieren. Hun utopische droom is dat Juupu als armoede bestrijdende organisatie overbodig zal worden in een wereld waarin armoede definitief zal zijn verbannen. Hun ultieme wens is dat de ‘Juupu beweging’ een basis krijgt in heel Nederland, met een grote groepscohesie en een gemeenschappelijke ambitie ter bestrijding van de armoede.

‘Never underestimate a youngster’…het is hoog tijd dat we dat als volwassenen beseffen, voor eens en voor altijd.

De ideologie, de verantwoordelijkheidszin, de zuivere onbevooroordeelde motivatie en de openheid van geest van Puck en Juul zijn bewonderenswaardig en hoopgevend. De wereld ligt in handen van de jonge generatie. Zij kunnen en zullen het verschil maken, op korte en op lange termijn. Als volwassenen moeten wij ons open stellen voor deze jongeren en onze vooroordelen en stigma’s laten varen. Uit alles blijkt dat jongeren geen onverschillige gamers zijn, maar wel doelbewuste ‘gamechangers’. Zoals Puck het stelt is men nooit te jong om ergens aan te beginnen en is het nooit te laat om het verschil te maken voor iemand. Het verleggen van een klein steentje in de rivier heeft het potentieel om op termijn de hele stroming de andere richting uit te duwen.

Text: Anna Hermans

Pictures: Jennifer Timmermans

Editing: Jennifer Timmermans


Local Goal Getter Monique Lancée: Azaro, dagbesteding in een nieuw jasje

Local Goal Getter Monique Lancée: Azaro, dagbesteding in een nieuw jasje

Deze week zijn we in gesprek met Monique, de wervelende kracht achter Azaro; dagbesteding, maar dan anders. Duurzaamheid is (nog) niet zozeer een bewuste koers van de stichting, maar op buurtniveau zijn alle pijlen erop gericht om het leven van mensen beter te maken (#SDG3 #SDG11). Monique gebruikt hierbij haar ervaringen die zij op heeft gedaan in de vrouwenopvang, de verslavingszorg en de zorg voor psychisch kwetsbaren, maar steekt het in een nieuw jasje.   

Dagbesteding ‘zonder stempel’

Voor psychisch kwetsbaren kan het van levensbelang zijn om in contact te blijven met de medemens. Zij kunnen echter niet overal terecht, sommige plekken vragen eerst papierwerk ter indicatie. Dan dien je in het profiel te passen. In de behoefte om zonder stempel mee te kunnen doen met ‘gewone’ mensen, wordt nauwelijks voorzien. Dat doet Azaro, waar Monique de initiator en coördinator van is. Ze regelt alles, motiveert iedereen en heeft immer de mouwen opgestroopt.

Best pittig: een nieuw sociaal netwerk opbouwen

‘Ik zag de vrouwen voor de deur van de opvang zitten, een peuk paffend, met elkaar ruzie maken’, de opvang was dan weliswaar geregeld en ook de financiële en juridische ondersteuning was goed, maar Monique constateerde een gebrek aan persoonlijke, individuele aandacht. ‘Wanneer je constant in de stress zit of in angst leeft, heb je geen ruimte voor jezelf; je neemt geen tijd voor leuke dingen. Je raakt niet alleen jezelf kwijt, maar ook het netwerk van vrienden en familie. Bij ex-verslaafden is het een hele uitdaging om de tijd die ze eerst aan de verslaving spendeerden, nu anders in te vullen: ‘Je moet je oude vrienden vaarwel zeggen en een nieuw netwerk opbouwen… En dat is best heel pittig’. Azaro helpt mensen hun passie te laten hervinden door oprechte interesse in de persoon. Pas wanneer die passie hervonden is, kun je weer ‘connecten’ met anderen.

Stigmavrije ontmoetingsplaats

Psychisch kwetsbaren vinden het vaak heel vervelend om dagbesteding te volgen bij een GGZ-instelling. ‘Ze worden dan eigenlijk weer behandeld als de psychiatrische patiënt. Hier vinden ze het heel leuk om gewoon, zonder etiket, mee te kunnen doen. Je wilt die stempel een keer kwijt. Iedereen heeft z’n eigenaardigheden!’

Er waren bewoners uit de buurt die bij Azaro terecht kwamen via ambulante begeleiders. Toen andere buurtbewoners zagen dat er allemaal mensen in en uit liepen, die het schijnbaar gezellig hadden met elkaar, wilden zij meedoen. Nu zijn alle activiteiten die Azaro organiseert ook voor buurtbewoners. Sinds kort bestaat er een seniorengroep; ouderen uit de buurt die een beetje verpieterden thuis. Er is in principe geen onderscheid tussen cliënt, bewoner of vrijwilliger. Je kunt het ook alle drie zijn!

De buurt als duurzame gemeenschap

Op de vraag aan welke werelddoelen Azaro bijdraagt antwoordt Monique gelijk ‘Hergebruik van materialen’ (#12). Ze maken lampenkappen van oude jeans, beelden van oud hout, kaarsen van stompjes uit de Basiliek, nieuwe kleding en dekens uit vodden… Monique kijkt nog eens naar de ansichtkaart waarop alle 17 doelen staan en constateert dat Azaro ook meewerkt aan #1 geen armoede (weggeven kleding), #2 geen honger (samen lunchen) #3 gezondheid en welzijn (voeding en coaching) en #15 leven op het land (biologische moestuin). En uiteraard #17 (Partnerschap), waarbij Monique Gemeente Maastricht in het bijzonder noemt.

Azaro’s bijdrage aan #10 (ongelijkheid verminderen) en #11 (duurzame steden en gemeenschappen) wordt door henzelf onderschat. Die is namelijk wezenlijk! De laagdrempeligheid (ook letterlijk: moestuinbakken voor scootmobielgebruikers) en de sociale, culturele bruggen die zij hier op buurtniveau slaan zijn het meest impactvol. Dat succes heeft te maken met hun grootste uitdaging: ‘mensen met een niet-Westerse achtergrond in harmonie laten samenwerken met bewoners in een volksbuurt waar de PVV-stemmer zeer ruim is vertegenwoordigd’. Hier doorbreken ze vooroordelen door mensen gewoon bij elkaar te zetten. ‘Door samen te zijn besef je dat je een beeld hebt gevormd van TV, maar dat de werkelijkheid anders is’.

Geen dagbestedingsfabriek

Azaro’s grootste wens is meer ruimte om te doen wat ze doen. Ze zitten erg krap in het jasje, op de verdieping van de Auw Sjoal. Meer deelnemers is niet zozeer de ambitie, wel dat ze blijven komen. Het is bij Azaro vrijwillig, in tegenstelling tot reguliere dagbesteding met een indicatie. ‘Persoonlijke aandacht is het allerbelangrijkste. Ik wil geen dagbestedingsfabriek worden’.

Doelstelling van de organisatie

Azaro biedt dagbesteding voor kwetsbare doelgroepen. Door naast haar cliënten te gaan staan, zonder een vooraf afgegeven ‘stempel’, maar met oog voor de mens en de omgeving, laat Azaro iedereen hun eigen kwaliteiten en passie (her)ontdekken. Ook ‘gewone’ buurtbewoners doen mee. Een magische mix die aanstekelijk werkt. Zo bouwt Azaro samen met de buurt aan het vergroten van eigenwaarde, zelfvertrouwen, gemeenschapszin en zingeving in het leven.

Momenteel telt de stichting 76 cliënten, 5 vrijwilligers, ongeveer 50 betrokken buurtbewoners en 3 betaalde krachten.

De kaarsen die in het atelier van Azaro worden gemaakt, zijn te bestellen via de website www.azaro.nu

Interview: Severine Louf

Foto’s: Severine Louf

Editing: Jennifer Timmermans